
Ik kwam in 2018 vanuit Gaza naar Gent. Na mijn erkenning als vluchteling probeerde ik hier een nieuw leven op te bouwen. Het was niet gemakkelijk, want ik was hier helemaal alleen.
Gelukkig kwam ik al vlug in contact met een Hart voor Vluchtelingen, waar ik heel veel mensen leerde kennen. Vooral Marijke ligt mij nauw aan het hart. Zij is als mijn tweede moeder. Ik probeer ook mijn steentje bij te dragen als vrijwilliger bij Een Hart voor Vluchteling. Ik werk daar in het naai-atelier, als stoffeerder, het beroep dat ik van mijn vader leerde.
Op 13-jarige leeftijd werd ik het slachtoffer van een Israëlische luchtaanval, op de terugweg van school. In tegenstelling tot een aantal van mijn vrienden, overleefde ik de luchtaanval, maar ik moest verschillende keren geopereerd worden aan mijn been. Ik herstelde hier nooit 100% van, wat ervoor zorgt dat ik niet voltijds kan werken.
In 2023 verkreeg ik de Belgische nationaliteit, waardoor ik eindelijk naar Egypte kon. Ik bracht er de laatste dagen van de Ramadan samen met mijn moeder door. Ik beloofde baba dat het volgend jaar zijn beurt was.
Maar toen werd alles anders…
Sinds 7 oktober staat mijn leven stil. We hebben al veel oorlogen meegemaakt in Gaza, maar deze keer is anders. De angst en onzekerheid over het lot van mijn familie domineren mijn leven.
Ons Huis in Gazastad werd gebombardeerd. Mijn baba overleefde dit bombardement niet, mijn moeder en mijn neefjes waren zwaar gewond.
Ons huis werd vroeger al vaker verwoest, maar mijn vader bouwde het telkens opnieuw op. Nu is mijn vader er niet meer en hebben we niks meer.
Mijn familie vluchtte van Gaza naar Khan Younes en daarna verder naar Rafah. Ze zijn alles kwijt en leven in heel moeilijke omstandigheden.
In een wanhopige poging om mijn moeder in veiligheid te brengen, trok in februari 2024 naar Egypte. Ik betaalde veel geld om haar en mijn neefje uit Gaza te krijgen. Vol hoop wachtte ik op positief nieuws in Egypte, maar helaas…
Ondertussen is de grens al meer dan een jaar gesloten. Mijn familie leeft in tenten op het strand. Er is geen medicatie, te weinig eten,..
Ik voel mij verantwoordelijk voor hen, maar ik kan weinig doen om hen te helpen. De angst en onzekerheid over het lot van mijn familie domineert mijn leven. Soms kan ik hen dagen, zelfs weken, niet bereiken. Dan kan ik alleen maar hopen dat ze nog in leven zijn en het nieuws volgen in de hoop hen niet bij de slachtoffers te zien.
Gelukkig kan ik steeds rekenen op de steun van mama Marijke. Zij is er altijd voor mij.