Lamis Ali

Ik ben geboren in Rimal, Gaza Stad in 1988. Dit was tijdens de eerste intifada die een jaar eerder was begonnen. Heel mijn leven is doordrongen geweest van oorlog. Het heeft alles bepaald, tot op de dag van vandaag.

Tot mijn 18e leefde ik in Gaza Stad. Daarna verliet ik Palestina om verder te studeren in Jordanië, Syrië en Egypte. Een studiebeurs bracht mij uiteindelijk naar België: ik behaalde mijn master in bedrijfsmanagement in Gent. Ondertussen woon en werk ik hier al 8 jaar als accountant.

Ik had als kind altijd al een passie voor cijfers en wiskunde, maar ook politiek en economie interesseerde mij. Mijn vader was steeds verwonderd over de pientere en prangende vragen die ik hem stelde over de Israëlische bezetting, de geschiedenis en de actualiteit, het Amerikaans economisch en buitenlands beleid enzovoort. Zelfs op die jonge leeftijd verstond ik dat financiële belangen ons lot bepaalden. Ik wou weten wie verantwoordelijk was voor onze pijn, ons leed. In de secundaire school spitste ik mij toe op de boycot beweging, ik onderzocht welke bedrijven de bezetting steunden. Ook van bijvoorbeeld Amerikaanse NGO’s zag ik dat zij niet zuiver op de graat waren, dat zij er waren om de status quo te bewaken, niet om ons te helpen. Ik was erg volwassen voor mijn leeftijd, zag altijd de link tussen economie en politiek beleid.

Het leven in Gaza onder de Israëlische bezetting was erg moeilijk. Zeker als kind. Palestina bestaat uit Gaza, de West Bank en Oost-Jeruzalem, maar je kon nooit vrij bewegen tussen de gebieden als Palestijn. Voor elke stap had je een document nodig waarin toestemming werd verleend door Israël. Toen mijn tante trouwde en verhuisde naar de Westelijke Jordaanoever kon ik opeens haar en mijn neefjes en nichtjes niet meer zien.

Heel mijn kindertijd leefden we onder de terreur van Israëlisch geweld en bombardementen. Het gebeurde regelmatig dat er tijdens de schooluren aanvallen waren en dat ik mijn zussen moest halen uit een ander schoolgebouw iets verder op. Op een dag panikeerde ik omdat ik ze niet tijdig kon bereiken. Mijn moeder heeft ze gelukkig uit de school kunnen bevrijden. Deze dreiging was een constante. Het alarm ging vaak ’s nachts af, dan moesten we allemaal samen in de gang schuilen en wakker blijven tot het gedaan was. Soms kregen we een waarschuwing, soms niet. Elk gezin had een rugzak klaar staan met zijn belangrijkste bezittingen en papieren. We hadden slechts een paar minuten om die te pakken en ons naar een ‘veilige’ plaats te bewegen. Je moest steeds alert en klaar zijn om te vluchten.

Mijn grootvader zijn huis is 3 keer met de grond gelijk gemaakt door Israël. Telkens heeft hij het terug opgebouwd. De Israëlische soldaten vielen ook vaak binnen en gebruikten mijn grootouders als menselijk schild om zich door Gaza te bewegen.

Sinds ik Gaza heb verlaten ben ik heel vaak gescheiden geweest van mijn familie. Mijn ouders wonen in Egypte, mijn zus Ola in Nederland en mijn andere zus zit nog in Gaza. De bezetting, ons statuut als Palestijn en de genocide zorgt ervoor dat we niet kunnen samen zijn of een normaal leven kunnen uitbouwen. Mijn nichtje heb ik nog nooit in levende lijve gezien, ik ken haar enkel via videocall, ze vraagt steeds, ‘waar is mijn tante?’. We leven in voortdurende angst dat er iets zal gebeuren.

Gaza is compleet afgesloten: er is geen hulp, geen medische zorg, geen eten. Mijn familie betekent alles voor mij, we zijn echt gehecht aan elkaar ondanks de afstand. Ik heb altijd mijn best gedaan om als oudste mijn zussen te beschermen, het vreet aan mij dat ik zo weinig voor hen kan doen.

Ik ben onlangs zelf moeder geworden. Het was een moeilijke zwangerschap, fysiek en emotioneel. Ik was ziek en alleen in België. Mijn man en ik zijn recent getrouwd maar hij moest wachten in Zweden op zijn documenten en geraakte niet in België. Een dag voor de geboorte van Zuhdi, stapte hij van de bus in Gent.

Ons geluk is bitterzoet, we zijn eindelijk samen en kijken uit naar de toekomst. We hebben plannen en dromen maar het leven van onze families wordt bedreigd door deze gruwelijke genocide. We zijn uitgeput maar toch blijven we vechten. Ik blijf positief, de wereld kent ons verhaal nu, we staan niet langer helemaal alleen. We hebben nu meer vrijheid om Palestijn te zijn. We betalen een zeer zware prijs, maar we zien dat niet als een verlies want we zijn fier op onze afkomst. De Palestijnse strijd is die van ons allemaal, tegen onderdrukking en voor de menselijkheid.

Palestina is onze thuis. We zijn verbonden aan het land, daar zijn we onszelf. Twee miljoen mensen waar iedereen elkaar kent en steunt. Dat is onze kracht. Er is warmte en veel liefde, ook veel problemen, dat weten we, maar het is van ons.

Scroll naar boven