KHALED

Van Gaza naar Ballingschap… Ik ben Khaled, en dit is wat er van mij overbleef

Ik ben Khaled Albardawil, geboren in Gaza in 1986, op het moment dat de Eerste Intifada uitbrak. Ik werd geboren op het ritme van stenen en strijd, in een stad die sinds mijn geboorte belegerd is — tot op de dag van vandaag.
Ik ben geboren om te leren dat leven in mijn thuisland geen vanzelfsprekend recht is, maar een dagelijkse strijd.

Ik groeide op in een groot en liefdevol gezin, met vijf broers, vier zussen en twee zorgzame ouders. Ons huis in Gaza was niet groot, maar het was warm — gevuld met gelach, herinneringen en de geur van de kindertijd. Elke hoek droeg een verhaal, elke muur een droom.

Ik behaalde mijn diploma in Informatie Technologie en daarna een bachelor in Bedrijfskunde. Tijdens mijn studies werkte ik in de bouw overdag en ’s avonds als geluidstechnicus en editor. Ik werkte hard om mezelf en mijn toekomst op te bouwen, zelfs terwijl alles om mij heen instortte.
Later ging ik werken bij een van de grootste hulporganisaties in Gaza, waar ik doorgroeide tot financieel en administratief directeur. Ik hielp weeskinderen, armen en hele gemeenschappen — mensen die leden zoals ik.

Na de oorlog van 2014 en toenemende onderdrukking, werd het onmogelijk om te blijven.
De blokkade, het sluiten van bankrekeningen en de voortdurende dreiging dwongen mij om Gaza te verlaten in 2015. Ik vertrok niet voor luxe. Ik vertrok om te overleven.

Ik ging naar Oostenrijk, zette mijn masteropleiding in Bedrijfskunde voort, maar kreeg daar geen asiel. In 2018 kwam ik aan in België, vermoeid, maar vastberaden.
De asielprocedure duurde drie jaar en acht maanden. Een periode van onzekerheid, verplaatsingen, wachten en innerlijke strijd.
Toch bleef ik werken, bleef ik leren, bleef ik hopen.

Toen ik uiteindelijk mijn verblijfsrecht kreeg, kon ik niet echt blij zijn.
Hoe kon ik feesten, terwijl mijn familie nog steeds onder bezetting leeft?
Hoe kan ik genieten van stilte, terwijl Gaza schreeuwt en niemand luistert?

Ik verhuisde naar Gent om te werken, zonder te weten wat deze stad voor mij zou betekenen. Ik probeerde Nederlands te leren, probeerde te integreren, maar de pijn van ballingschap gaat niet zomaar weg. Ballingschap is geen nieuw leven — het is een leven met een open wond.

Op oudejaarsavond 31 december 2024 veranderde mijn leven in één enkele seconde. Terwijl mensen overal ter wereld aan het feesten waren, bombardeerde het Israëlische leger ons familiehuis.
Het werd met de grond gelijkgemaakt, en daarmee ook onze jaren van herinneringen.

Maar het zwaarste verlies was niet het huis zelf.
Mijn broer werd gedood in die aanval.
Hij vertrok zonder afscheid.
En sinds die dag ben ik nooit meer dezelfde geweest.

Mijn familie raakte verspreid. Onze foto’s lagen onder het puin, net als onze toekomst.
Wat ons overbleef was angst, honger, verdriet en bloed op de straten.
Wat ik meemaakte — wat duizenden in Gaza meemaken — is geen oorlog. Het is een langzame, systematische genocide.

Elke keer als het regent, hoor ik bommen.
Elke keer dat ik een kind zie lachen, herinner ik mij de kinderen van Gaza.
Elke keer dat ik eet, denk ik aan de hongerigen thuis. Aan mijzelf als kind.

Scroll naar boven