
Wij zijn de familie Hamdouna. Papa Yaser, mama Taghreed, tweelingkinderen Mohamad en Sali, en onze jongste dochter Sara.
Wij komen uit Gaza, maar ons verhaal begint ver daarvoor. Het is een verhaal van generaties op drift — van zoeken naar een plek om te wortelen, telkens opnieuw.
Yaser
Ik ben Yaser. Mijn ouders vluchtten in 1965 uit Palestina. Ze trouwden in Jordanië en werkten voor het Rode Kruis, wat hen uiteindelijk naar Syrië bracht. Ik werd daar geboren, leefde als kind in Syrië en later in Libanon. In 1982 viel Israël Libanon binnen. Opnieuw oorlog. Mijn familie vluchtte naar Egypte.
Ik studeerde er aan de universiteit, werd medisch laborant en werkte in een Palestijns ziekenhuis. In 1994 keerden we terug naar Gaza. Ik werkte in het centrale laboratorium van het ziekenhuis en volgde daarnaast een masteropleiding in Public Health. In 1997 trouwde ik met Taghreed. Haar moeder was een nicht van mijn vader. In Gaza vonden wij elkaar.
Taghreed
Ik ben Taghreed. Ook mijn ouders zijn Palestijns, maar ik groeide op in Saoedi-Arabië. Daar haalde ik mijn middelbare diploma. We keerden terug naar Gaza in 1994, waar ik secretariaat studeerde en aan de slag ging bij een bedrijf.
Yaser en ik trouwden. We bouwden een leven op, een thuis, in Tel el Hawa, vlakbij de zee. We kregen drie kinderen.
Gaza was ons thuis, met alles wat dat betekent: drukke straten, zon over het water, familie op elke verdieping van ons huis. Gelach, zorgen, hoop en oorlog.
Mohamad
Ik ben Mohamad, 22 jaar. Ik studeerde een jaar ICT en werkte daarna bij een computerwinkel, waar ik laptops herstelde.
Mijn leven in Gaza? Het was mooi. Ik had veel vrienden, voetbalde elke week, ging op vrijdag zwemmen in zee. Ik droomde ervan profvoetballer te worden wat onmogelijk was, maar dromen zijn nodig.
Sali en Sara
Wij zijn Sali en Sara. Gaza was een plek vol leven voor ons. Neven en nichtjes waarmee we opgroeiden in hetzelfde huis, elk op een andere verdieping. We kenden al onze buren. Soms huurden we samen een zwembad in de buurt. Dat was geluk.
Maar Gaza was ook angst en oorlog elke twee jaar.
Ik (Sara) was vier toen ik mijn eerste oorlog meemaakte. Ik herinner het me nog steeds: de sirenes, de trillende muren…
Taghreed
De angst kroop langzaam in ons leven. Niet alleen de bommen, maar ook de uitzichtloosheid. Wel kunnen studeren maar geen werk. Geen toekomst voor onze kinderen.
In 2019 vertrok Yaser met een visum naar Italië voor een medische conferentie. Van daaruit vroeg hij asiel aan in België. Twee jaar duurde het voor hij een identiteitskaart kreeg. Twee jaar wachten, hopen. Daarna konden wij volgen. We wonen nu in Gent.
Ik ben dankbaar voor de veiligheid, voor de vriendelijkheid van de mensen. Maar ik voel me leeg. Mijn familie zit nog steeds in Gaza. Deze oorlog is anders. Meedogenloos.
Onze huizen zijn weg. Alles is puin. Mijn familie woont in tenten. We hebben ook familie verloren. Twee van mijn zussen zijn ernstig ziek en ik kan niets doen.
Ik slaap slecht. Ik eet nauwelijks. Mijn maag protesteert van zorgen. Ik ga wekelijks naar de dokter, maar het antwoord blijft: stress. Misschien moet ik vrijwilligerswerk zoeken. Iets om mezelf af te leiden van de zorgen.
Mohamad, Sali & Sara
Wij proberen hier een toekomst op te bouwen.
Ik (Mohamad) wil ICT gaan studeren en bij een voetbalploeg gaan.
Ik (Sali) droom ervan om sociaal werker te worden, om ooit vluchtelingen te helpen zoals ik er zelf één ben.
Ik (Sara) ga naar de OKAN-school in Gent. Ik leer snel en heb vrienden. Maar ik mis mijn familie.
Yaser
We wonen nu bijna drie jaar samen in Gent. Ik werk via het OCMW als artikel 60 aan de universiteit, in het biochemisch labo. Het werk geeft me houvast, een ritme en ik heb goede collega’s.
Maar mijn hart? Dat ligt verspreid: deels in Gaza, deels bij mijn vrouw en kinderen, deels bij de mensen die we onderweg hebben achtergelaten.
We zijn dankbaar. Maar we zijn ook moe.
Wat we hopen? Een mooi leven. Rust. En vooral ook dat de familie veilig is.